Prins Siddhartha

Ongeveer 560 jaar v.Chr. werd in Lumbini in het oude India (thans Zuid Nepal) prins Siddhartha Gautama geboren. Zijn vader was de koning van de Sakya’s en was zeer geliefd onder zijn volk. Siddhartha werd door zijn vader voorbereid op de troonopvolging. Om die reden werd hij binnen de bescherming van het paleis gehouden.

Wanneer Siddhartha ongeveer 30 jaar is, reeds getrouwd is, een zoon heeft en de luxe van het paleis hem begint te vervelen, wordt hij geconfronteerd met ouderdom, ziekte en dood. Het lijden wat hij zag, liet een diepe indruk op hem achter en riep vele vragen bij hem op.

Zijn verwarring wordt compleet door de ontmoeting met een asceet, die geluk en tevredenheid uitstraalde. Siddhartha voelt diep van binnen aan, dat wanneer hij antwoorden op al zijn vragen wil vinden, hij de verleidingen van het leven volledig zal moeten loslaten. Hij kiest er daarom voor streng onthoudend te gaan leven en sluit zich aan bij vijf in het bos levende asceten.

Hij die ontwaakt

Na 6 jaar van zelfpijniging besefte Siddhartha dat deze geheelonthouding niet tot een oplossing zal leiden. Hij nam weer voedsel tot zich, omdat hij ervan overtuigd raakte, dat wil hij verlichting bereiken, lichaam en geest in balans moeten zijn. Bij een rivier in Bodhgaya aan de voet van een Bodhiboom gaat hij zitten, sluit zijn ogen en begint te mediteren.

Boeddhisme

Hij zal niet opstaan alvorens zich een werkelijke oplossing heeft aangediend. In een lange meditatie komt hij al zijn innerlijke demonen tegen. Hij wordt heen en weer geslingerd in een strijd tussen begeerte, hartstocht en plezier enerzijds en zijn verlangen een oplossing te vinden voor het lijden, anderzijds. Siddhartha blijft onwankelbaar en kan zich in zijn meditatie steeds verder verdiepen. Uiteindelijk ziet hij de oorzaak van zijn eigen lijden en daarmee ook de oorzaak van het lijden van alle wezens in het universum. Hij doorgrondt hoe de cyclus van geboorte en wedergeboorte werkt. Door zijn spirituele kracht is hij in staat de oorzaken van het lijden: begeerte, haat, onwetendheid, ed., in zichzelf te vernietigen. Op zeker moment openen zich zijn ogen en de gewaarwording ‘Satori’ (verlichting) valt hem toe. Dat is het moment, waarop de Boeddha de aarde aanriep als getuige van zijn ontelbare voorgaande levens, waarin hij alleen maar deugdzaam was geweest. Dit gebaar “het aanraken van de aarde”, staat bekend als de Bhumisparsa mudra.

De historische Boeddha, leefde tussen 563 en 483 v.Chr.

Gautama

Boeddha betekent letterlijk ‘hij die ontwaakt’.

Verlichting is dus een vorm van wakker worden.

De werkelijkheid onder ogen zien.

Loskomen uit de illusie.

Eén Smaak

Na zijn verlichting verblijft de Boeddha nog zeven weken in Bodhgaya. Daar weet hij een kleine groep volgelingen ( Dhyani’s) te inspireren om hem te helpen zijn leer (Dharma) te verbreiden. Zijn eerste toespraak gaf hij in Sarnath. Vervolgens predikte hij 45 jaar in de toenmalige staten van Noord India. Hij werd een zeer hoog gerespecteerde spiritueel leider. Zelfs de koningen van de twee grootste staten (Kosala en Magadha) werden zijn discipel, samen met vele andere mensen uit alle lagen van de bevolking.

Zo zette de Boeddha het symbolische wiel van de Dharma in beweging. De leer die alle levende wezens van hun lijden moet bevrijden. Dharma betekent: “waarheid der dingen”, dus hoe de verschijnselen en onze omstandigheden in werkelijkheid zijn.

Dharmawiel
Met de Dharma ontwierp de Boeddha een gedetailleerde kaart van de werkelijkheid. Wanneer we deze kaart goed lezen, zijn we vrij om te kiezen in welke richting we willen gaan. Als we gelukkig willen zijn en we de voorwaarden voor geluk kennen, heeft het creëren en cultiveren van die voorwaarden geluk tot gevolg.

Verlichting wil zeggen, dat we al die dingen loslaten, die ons lijden bezorgen. Het is praktisch en gewoon. We oefenen ons in het bewust worden van hoe lijden in onze geest opkomt, onze identificatie ermee en het leren loslaten van dit lijden.

Boeddha zegt: “De Dharma heeft slechts één smaak, de smaak van vrijheid.”

De Vier Edele Waarheden

De kern van de Dharma bestaat uit de Vier Edele Waarheden.

1. Er is lijden (Dukkha)

Lijden, onzekerheid en onbevredigdheid zijn een wezenlijk bestanddeel van het leven.

Het leed van geboorte, ouderdom, ziekte, dood, verdriet, pijn, rouw, wanhoop, de nabijheid van mensen en dingen, waar we niet van houden, de afwezigheid van mensen en dingen, waar we wel van houden, het niet krijgen van wat we verlangen. Geen enkele ervaring, hoe prachtig en geweldig deze ook mag zijn, zal ons volledige en blijvende voldoening en bevrediging schenken, juist omdat zij altijd aan verandering onderhevig is.

2. Er is een oorzaak van lijden

Gewoonlijk geven we de omstandigheden of andere mensen de schuld van onze pijn en frustraties. Maar als we heel eerlijk zijn, ontdekken we dat ons hart vol zit met eindeloze verlangens: “Als ik dit en dat heb, dan zal ik gelukkig zijn”. Maar ook op een subtieler niveau als “Ik wil goed zijn, rijker zijn, beter zijn, ik wil…” Het lijken allemaal goede ideeën te zijn, maar ze leiden nooit tot een volledige voldoening.

3. Er kan een einde komen aan het lijden

Wanneer we ons bewust worden van onze gedachten en we er ons niet meer mee identificeren, ontwikkelen een gelijkmoedige geest, die alert en evenwichtig is. Niet gehecht aan voorspoed en niet afwijzend tegenover tegenslag.

4. Er is een Pad dat leidt tot het opheffen van lijden en de oorzaken van lijden

De Boeddha geeft advies om te leven op een manier, waarbij we ons niet langer laten leiden door eindeloze verlangens. Wijzelf kunnen de voorwaarden scheppen om uiteindelijk Nirvana en zelfs het Boeddhaschap te bereiken. Dit kan door het achterwege laten van de vijf negatieve activiteiten (doden, stelen, seksueel wangedrag, liegen, gebruik van verdovende middelen) en door het beoefenen van: Het Achtvoudige Pad.

Het Achtvoudige Pad

Boeddha onderwees acht stappen naar verlichting, wat het achtvoudige pad wordt genoemd.

Ethisch gedrag:

1. Juist spreken

2. Juist handelen

3. Juiste levensonderhoud

Concentratie:

4. Juiste inspanning

5. Juist bewustzijn

6. Juiste concentratie

Wijsheid:

7. Juiste motivatie / intentie

8. Juiste inzicht

Achtvoudige pad

Boeddhanatuur

De Boeddhanatuur is een in China ontstaan begrip, dat een positieve betekenis geeft aan het begrip Sunyata (=leegte). Volgens deze benaderingen hebben alle levende wezens een Boeddhanatuur en bestaat voor allen de mogelijkheid om verlichting te bereiken en zelf een Boeddha te worden.

Ieder van ons heeft niet alleen de Boeddhanatuur in zich, maar ook het vermogen deze te ontwikkelen en tot ontwaken te brengen. Een heel goed middel hiervoor is mediteren. In meditatie herscheppen wij weer de kosmische orde in ons, omdat wij niet langer de functies van de Skanda’s richten op de bescherming van het ego.

De vijf Skanda’s , de basisaggregaten waaruit wij zijn opgebouwd zijn: lichaam (vorm), gevoelens, waarneming, gedachten en bewustzijn.

Samen vormen zij de ik, die ‘ik’ zegt.